Gemeenschappelijke Verklaring van 4 Belgische Obediëncies
ondertekend op 21 februari 1989 door de Vrouwengrootloge van België (V.G.L.B.), de Grootloge van België (G.L.B.), de Federatie van de Droit Humain (D.H.) en het Grootoosten van België (G.O.B.)


De Belgische Obediënties die deze verklaring ondertekenen, zijn erfelijke dragers van verscheidene eeuwen maçonnieke geschiedenis, gedurende dewelke zovele Vrijmetselaars zich in de geschiedenis van onze gewesten hebben onderscheiden. Zij verklaren deel uit te maken van dezelfde traditionele en universele initiatieke orde, die onder de benaming Vrijmetselarij, op grond van Broederschap, een gemeenschap van vrije en eerlijke mensen vormt.
Zonder van hun soevereiniteit en beslissingsmacht afstand te doen, stellen zij vast dat, ondanks hun onderlinge verscheidenheid en die van hun Loges, zij gemeenschappelijke kenmerken bezitten :
het beoefenen van de initiatieke arbeid en het gebruiken van een op symboliek berustende werkwijze;
het streven naar lotsverbetering van de mens op alle gebieden;
het verdedigen van de gewetensvrijheid, de vrijheid van denken en de vrije meningsuiting;
het streven naar harmonische betrekkingen onder alle mensen door te pogen tegengestelde inzichten met elkaar te verzoenen;
het afwijzen van elk dogma.
Daarenboven wensen de Obediënties zich in de profane wereld niet te mengen in politieke of religieuze geschillen. Zij behouden zich het recht voor om, elk naar eigen inzicht, hun standpunten over morele problemen eventueel kenbaar te maken.
Doordrongen van deze bovenstaande principes zijn de Obediënties bijgevolg van oordeel, dat het zoeken naar waarheid en het streven naar gerechtigheid door niets mag worden verhinderd en zonder enige beperking moet kunnen gebeuren.
